Dodenhuis / Inleiding

Inleiding

Geronimo logo.

Dodenhuis

 

 

In Wildesbrough, het kleine stadje dat aan de voet der rotsen, vlak bij de zee ligt, vertelt men van het kasteel, dat eeuwen geleden hoog op de steenmassa's werd gebouwd, vreemde verhalen. Het wordt bewoond door een oude, zonderlinge juffrouw, Beatrice genaamd, die zich nooit in het stadje laat zien.

 

Zij erfde het kasteel van haar broer, die vermoord werd. Maar zij erfde het niet alleen. In het testament, dat de vermoorde naliet, werd zijn nalatenschap verdeeld tussen zijn zuster Beatrice, zijn jongere zuster Mary (die trouwde met Kolonel Moore) en zijn natuurlijke zoon Carl Lawrence, het kind van hem en een dienstmeisje. Tussen deze drie erfgenamen heeft, zo vertelt men, de strijd om de macht en het bezit steeds voortgeduurd en tussen hen heerst haat.

 

"Dodenhuis" noemt men in het stadje het oude kasteel en geen inwoner zal in de avond het rotsige pad, dat naar boven leidt, beklimmen. Want na de moord op de oude, zonderlinge bezitter is er nog een tweede gevolgd. Een inspecteur van politie, die de zaak moest uitzoeken en die verliefd werd op een der meisjes Moore, werd op geheimzinnige wijze uit de weg geruimd.

 

Altijd waait om Dodenhuis de wind. Eenzaam staat het oude kasteel hoog op de rotsen, vlak aan de zee en in het fluiten van de storm hoort men de geluiden van de opgezweepte golven van de branding, die zich in razernij te pletter loopt op het gesteente.

 

Beluister het intro: